Om officieel de boel af te sluiten heb ik alles maar eens verzameld en weggestoken. Ik schrok er eerlijk gezegd zelf van hoeveel boeken ik doorploegd heb voor amper vier vakken dit semester. Ik kijk al uit naar het tweede semester met z’n zes vakken… *kuch*
Dit is de allerlaatste volledige studeerdag voor deze examenperiode. Morgen om 14u volgt de laatste inspanning en dan kan de afdruk die mijn pen op mijn hand nagelaten heeft weer langzaam genezen. Nog een week langer en die plek op m’n middenvinger zou vereeuwigd zijn, net als het plaatsje op m’n duim waar mijn saxofoons steeds op rusten. Beroepsmisvorming.
Samen met de zin voor studeren die afneemt, wordt mijn fantasie en zin voor megalomanie terug aangewakkerd. Ik zie mezelf het examenlokaal al triomfantelijk verlaten op de tonen van heldhaftige filmmuziek. Geniet even mee in onnavolgbare 64 kbps kwaliteit, zou ik zo zeggen. (Wie de film kan raden trakteer ik donderdag.)
In navolging van Yves Desmet en met wat gebruik van multimedia op het internet hebben we een nieuwe vorm van bloggen met z’n eigen themamuziek: emo-blogging. (Hmm, inside jokes voor communicatiewetenschappers zijn niet grappig.)
Let wel, ik ga het vel niet verkopen voor de beer geschoten is. Eerst een succesvol examen en pas daarna de ereronde met de lauwerkrans. Een beetje zelfvertrouwen en motivatie kan echter geen kwaad. Studeren is het andere ingrediënt en één waar ik nu nog een laatste keer voor zal zorgen.
Mijn excuses, de Star Wars geek en de gamer in mij worden even aan kolossale snelheid tegen elkaar geslagen. Het resulterende geluid heeft iets weg van “holy sh*t”.
Ik loop er sinds gisteren bij als een tijdbom die op ontploffen staat. Het is niet moeilijk om het je voor te stellen, neem gewoon het eerste Hollywoodvehikel dat in je opkomt waarin men de groene of rode draad moet doorknippen om niet tot betekenisloos as herleid te worden.
Denk dan aan het irritante gebiep dat die bommen altijd maken. Yep, dat geluid dat er altijd is omdat de terroristen dom genoeg zijn om een bieper te installeren terwijl de bom verborgen moet blijven.
Beeld je dan in dat je dat gebiep eindeloos blijft horen, lekker luid vanbinnen in je oor. Bingo, je hebt het. Zo ambetant loop ik.
Ik heb nochtans nog vier dagen om mijn laatste examen te leren, in principe tijd genoeg. Het kleine optreden met het saxofoonkwartet morgenvoormiddag is ook niet van die aard dat ik er gestresseerd moet van worden. Maar toch…
Ik ben gestresseerd, irritant, hyperactief, asociaal… ronduit een klootzak. Mijn huisgenoten weten het, ik weet het, bij deze weet het internet het ook.
Ik voel me alsof ik een beetje een misdaad bega. Ik zaag verschrikkelijk tijdens de roze week en vanaf woensdag, tijdens de zwarte week, zal ik waarschijnlijk heel wat aangenamer zijn voor mezelf en de omgeving.
Soit, we gaan het oplossen. Waar is die alcohol hier ergens?
Clowns zijn fascinerend. Ik heb ze nooit leuk gevonden, ook niet als kind, maar boeien doen ze mateloos. Ze bevatten een soort inherente tegenstelling tussen absurd amusement en een enorme afstotelijkheid. Een huwelijk tussen slapstick humor en maniakale boosaardigheid. Zelf associeer ik clowns altijd met psychopatische slasherfilms.
Er zijn genoeg voorbeelden in onze populaire cultuur. Er is meer dan één exemplaar die voortsprong uit één van de negen niveau’s van de hel, neem bijvoorbeeld Stephen King’s Pennywise the Dancing Clown of The Joker uit Batman. Het bewijst genoeg dat ze voor veel mensen een erg bevreemdende entiteit zijn. Clowns zijn kwaadaardig, zo eenvoudig is het.
Op mijn eerste communie, intussen ook al weer veertien jaar geleden, kreeg ik van een tante twee zelfgemaakte boekensteunen cadeau. Die twee paar clowns doen nog altijd trouw dienst en ik heb ze nooit angstaanjagend gevonden. Uit verveling had ik wel zin om eens te proberen of ik door wat eenvoudige belichting (lees: een bureaulamp) en wat slagschaduw een kwaadaardig aura kon opwekken.
Verschrikkelijk geïmproviseerd op twee minuten tijd, maar voor een clown die een permanent vastgegipst (is dit een woord?) vrolijk gezicht heeft, vind ik ‘m er tamelijk dubieus uitzien. (Ziet dit er op andere schermen trouwens te donker uit?)
Wat kriebelt het om terug naar buiten te gaan en foto’s te nemen van boeiende zaken…
* Juno is drievier (dankjewel Osahi) keer genomineerd voor de oscars, waaronder beste film en beste actrice. Hell yeah! Ik moet de film nog bekijken als hij in ons Belgenlandje uitkomt, maar de trailer is plezant en ik heb een gigantisch zwak voor Ellen Page sinds Hard Candy. Ze is ook van 1987 trouwens, niet dat ik er iets aan heb. En nee, u mag er geen fan van zijn, ze is al bezet. Nah.
* Mijn examen ging redelijk. Niet fantastisch, maar goed genoeg. Normaal zou ik zitten klagen dat het beter kon, deze keer niet. De zon scheen vandaag, wat heeft een mens meer nodig?
* Muziek! De laatste weken heb ik Led Zeppelin herontdekt, in mp3-vorm. Ik voel mij altijd schuldig als ik gratis naar geniale muziek luister en ik had zin om iets te kopen. Na het examen dan maar richting Bilbo voor wat Led. De avond heeft ook al z’n soundtrack. Ik heb in de winkel nog getwijfeld of ik niet voor de actie “3 voor €20″ zou gaan, maar ik heb me maar ingehouden. Ik zal in de krokus nog genoeg geld uitgeven, denk vrees ik.
* Geen nieuws verder, maar geen nieuws is goed nieuws! Natuurlijk dat.
Aangezien morgen de “Roze Bril-blogweek” begint en ik mij daarvoor wil engageren, is het nu het uitgelezen moment om er nog eens stevig tegenaan te gaan wat zwartgallige, depressieve en ronduit humeurverpestende blogposts betreft. Het komt goed uit, want ik vind mijn draai niet helemaal vandaag.
Ik irriteer mij aan mijn oudere broer, die niets zit te doen behalve lawaai maken. Mijn jongere broer is even irritant, want hij heeft morgen examen en doet alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Het is buiten weer om depressief van te worden en ik word gek van de wind die langs mijn raam suist. Ik heb uit frustratie karton tussen een deurpost gekleefd omdat de wind de deur deed ratelen. Ik krijg het schijt van mensen die de hele dag op internet zitten en boeiende dingen weten te vertellen, omdat ik pokkejaloers ben en ik afgeleid word. Mensen die vanalle activiteiten doen zijn zoniet nog erger, omdat ik de vier muren waar ik voortdurend tussen gevangen zit kotsbeu ben. Ik krijg de kriebels van mijn boek mediarecht omdat het opgesteld is in eindeloze lijsten puntjes en paragrafen, terwijl het helemaal geen wetboek is. Ik ben het studeren in het geheel kotsbeu. Ik zou mijn ouders de nek omdraaien omdat ze over niets anders praten tegenwoordig. Ik ga eens een moord begaan omdat de televisie tegenwoordig altijd bezet is en ik nooit of te nimmer nog naar iets kan kijken als ik het wil, waardoor ik vaak tot een stuk in de nacht tv zit te kijken omdat dat het enige moment is dat ik kan. Mijn moeder is irritant omdat ze klaagt dat ik altijd te lang opblijft terwijl het deels haar schuld is. Ik ben kwaad op mezelf omdat ik tijdens het jaar niet genoeg discipline heb waardoor het studeren nu zoveel zwaarder is. Ik wou dat ik meer geld had zodat ik een paar dingen kon kopen die ik zo ongelooflijk graag wil. Ik ben pokkejaloers op de mensen die al die dingen die ik wil wel kopen alsof het niets is. Ik ben jaloers op mensen die ouder en wijzer zijn dan mij. Ik verval in de dementie omdat ik meer vrijheid en zelfstandigheid wil maar de mogelijkheid daartoe niet heb. Ik krijg het van dat verdomde consumptiegedrag dat de wereld meer en meer in zijn greep houdt en de economie kapot helpt met onbetaalde hypotheken en eindeloze schulden. Ik zou de mensen kunnen fusilleren die onverantwoord met geld, zichzelf en alle andere dingen omgaan. Ik haat mezelf op dagen dat ik ook zo’n bui heb. Ik haat mezelf op dagen dat ik overal ambetant van word. Ik word gek van mezelf omdat ik op dit moment eindeloos zou kunnen doorbomen over alles wat ik in de minste mate onrechtvaardig of gewoonweg ambetant vind. Ik zou kunnen vloeken omdat ik nu verder moet studeren. Verdomme.
Zo, dat is er ook eens uit. Het lucht op.
Morgen hetzelfde maar dan omgekeerd.
Het is begonnen als iets triviaal, zo tussendoor eens wat fysieke oefeningen doen. Toen werd het een must, vanwege mijn rug. Het wordt nu zo stilaan (nog) een ritueel. ’s Morgens en ’s avonds. Je hebt er helemaal niets voor nodig, gewoon een vloer. Maar ik denk dat ik, naast het squashen en het lopen dat ik sowieso weer oppik na de examens, ook eens kijk om een abonnement aan te schaffen bij één of ander fitnesscentrum. We leven in een tijd van papzakken en luiwammesen. Ik wil geen van beide zijn, ik zit al lang genoeg stil tegenwoordig.